Inloggen
Offertelijst
Winkelmandje
Neem contact op +31(0)26 370 6830

Historie

De geschiedenis van Ebora — van propellerfabriek tot industriële groothandel




De naam Ebora bestaat al meer dan een eeuw. Hij begon in een werkplaats in Kingston-on-Thames, waar een Nederlandse ingenieur tijdens de Eerste Wereldoorlog propellers zaagde uit mahoniehout. Hij eindigde — voorlopig — in een bedrijf in Heteren dat appendages, pneumatiek en instrumentatie levert aan de industrie. Daartussen ligt een leven vol uitvindingsdrang, tegenslag, oorlog en vakmanschap. Dit is het verhaal van Jan Schiere, de man achter de naam.


Efficiency By Our Rotative Aerofoils







Est. 1888 — Een jongen uit Zaandam


Op 19 december 1888 wordt Jan Schiere geboren in Zaandam, als zoon van een verffabrikant. De familie behoort tot de notabelen van de stad. Zijn moeder heeft een bijzonder talent voor tekenen — een gave die Jan deels erft. Al op school begint hij vliegtuigen te tekenen: modellen, zijaanzichten, propellerontwerpen op papier.


Jan wordt elke dag met de diligence naar school gebracht — het vervoer van een welgestelde familie. De vluchten van de gebroeders Wright maken diepe indruk op hem. Hij bewaart afdrukken van Orville Wright die de Pruisische kroonprins meeneemt de lucht in, in oktober 1909. Het zijn de eerste tekenen van wat een leven lang fascinatie voor de luchtvaart zal worden.


Als Jan zes jaar oud is, overlijdt zijn vader op 46-jarige leeftijd. In 1906 haalt Jan zijn HBS-diploma en verhuist hij met zijn moeder naar Den Haag.


Van Delft naar Parijs

Jan wil luchtvaartingenieur worden. Aan de Technische Hogeschool in Delft wordt die opleiding in die tijd niet aangeboden. Vermoedelijk werkt of loopt Jan in die periode stage bij een technisch bedrijf in Delft — onder zijn nalatenschap bevinden zich tekeningen van veiligheidsventielen en kleppenkasten, het soort werk dat past bij een stagebedrijf als het toenmalige Econosto. Het is een opmerkelijk detail: precies de productcategorieën die zijn kleinzoon een eeuw later zou verkopen.


In 1909 vertrekt Jan naar Parijs om de opleiding te volgen aan de École Supérieure d'Aéronautique et de Construction Mécanique. Zijn moeder geeft hem één voorwaarde mee: hij mag nooit zelf vliegen. Ze heeft al twee kinderen en een echtgenoot verloren — dat risico neemt ze niet opnieuw.


In juli 1911 slaagt Jan. Hij stuurt zijn moeder een telegram vanuit Parijs: GESLAAGD JAN. INGENIEUR AERONAUTE. Hij is de eerste gediplomeerde luchtvaartkundig ingenieur van Nederland. Zijn examenwerkstuk — Projet d'Aeroplane d'élève Jan Schiere — behoort inmiddels tot de collectie van het Aviodrome in Lelystad.

Telegram aan zijn moeder: GESLAAGD JAN. INGENIEUR AERONAUTE

Visitekaartje van Jan Schiere sr. als Ingénieur-Aéronaute, École Supérieure d'Aéronautique

Oorkonde als Associate Fellow van de Aeronautical Society of Great Britain (lid nr. 77, oktober 1914)


Controverse over Belgische vliegtuigen

Teruggekeerd in Nederland stuit Jan meteen op een principekwestie. Het Ministerie van Koloniën wil vliegtuigen van de Belgische bouwer De Brouckère aanschaffen voor Nederlands-Indië. Jan vindt de toestellen levensgevaarlijk en zegt dat ook publiekelijk — via ingezonden brieven in de krant en als vast medewerker van het tijdschrift De Luchtvaart. Hij is in die tijd ook lid van de Technische Commissie binnen de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart, wat zijn kritiek extra gewicht geeft — en de situatie voor de hoofdredacteur extra lastig maakt. De Brouckère klaagt hem aan en eist schadevergoeding. De rechtbank wijst het verzoek af, maar spreekt zich niet uit over de vliegtuigen zelf.


Het Aviodrome bewaart de volledige reeks artikelen en weerwoorden uit de vakpers van die jaren — twee gebundelde volumes van in totaal zo'n 160 pagina's.







Est. 1913 — De oprichting van Ebora

In 1914 vertrekt Jan naar Engeland, zijn moeder gaat mee. Hij werkt korte tijd bij Handley Page, dat op dat moment eigen propellers produceert. Daarna zet hij de stap naar zelfstandigheid. Op 1 april 1915 begint hij in Kingston-on-Thames zijn eigen propellerfabriek aan 11-12 Surbiton Park Terrace. Hij woont in een huis genaamd Woodsides in Woodbines Avenue, op loopafstand van de fabriek.


Het bedrijf wordt leverancier aan de Admiralty en het War Office. Op 16 december 1916 wordt het een officiële Limited Company met een nominaal kapitaal van £4.000. Naast Jan zijn er twee andere directeuren: Stuart Cole, een Londense registeraccountant, en Franc Bergery Derocle, een ingenieur uit Exeter.


Propellers voor de Britse luchtmacht

De propellers worden vervaardigd uit mahoniehout. Jan bouwt ongeveer 200 verschillende ontwerpen — voor de Royal Naval Air Service, het Royal Flying Corps en de Royal Aircraft Factory. Tachtig van die ontwerpen worden gemaakt op overheidscontract. Onder zijn afnemers bevinden zich vliegtuigtypes als de BE2, de Sopwith Pup, de Sopwith Camel, de DH4, de DH9, de Bristol F2B en de SPAD. De British SPAD S7 vliegt uitsluitend op propellers van Jans eigen Ebora-ontwerp.


Typische Ebora propellers — Anzani-uitvoering en type 26, voor- en zijaanzicht


Twee- en vierblads hulppropellers




De propellers krijgen elk een Ebora-typenummer en worden voorzien van een herkenbare sticker — eerst groen en reliëfgedrukt, later een gouden watertransfer. Naast de grote vliegtuigpropellers maakt Ebora ook kleinere hulppropellers voor generatoren en oliepomp-aandrijvingen, propellertestbanken van leisteen, vleugelribben, spanten en andere vliegtuigonderdelen.

Publicatie uit Flight Magazine, 15 juni 1916 — een Caudron met Ebora-propeller op de Hall Flying School in Hendon



Over Anthony Fokker

Over het vakgenootschap van die jaren is Jan uitgesproken. In een brief uit januari 1919 aan luchtvaartjournalist Henri Hegener schrijft hij over Anthony Fokker: "Dat Fokker verloofd is vind ik heel interessant, ik zou zoo denken dat er al genoeg onechte kinderen van hem rondloopen, dat hij al genoeg gefokt heeft." Het typeert de toon in de kleine wereld van de vroege luchtvaartpioniers — directe mannen met uitgesproken meningen over elkaar.







Na de Eerste Wereldoorlog



Met de plotselinge wapenstilstand in november 1918 worden orders massaal geannuleerd. De voorraden mahoniehout — tijdens de oorlog schaars en kostbaar — storten in waarde in. Tegelijkertijd legt de Britse overheid een extra winstbelasting op over de oorlogsjaren. Jan probeert het resterende hout te verwerken tot klokkenkasten, maar ook dat loopt op niets uit. Op 15 augustus 1923 benoemt schuldeiser George Coplestone Carter een curator. De resterende bezittingen worden geveild voor £786-17s-6d.


Begin jaren twintig keert Jan terug naar Nederland. Hij opent in Utrecht aan de Stadhouderslaan 5 een winkel in radio-onderdelen. Onder de merknaam Ebora bouwt en verkoopt hij buizenradio's. Hij schrijft ook een boek — Radioboek voor den amateur en luisteraar — waarvan meer dan vijftigduizend exemplaren worden verkocht.

Radioboek

Voorlopertje


Ebora Radio

In 1927 vestigt Jan zich in Zeist, aan de Kerkweg 29. Zijn radiohandel groeit gestaag. Jan verkoopt zogenoemde octrooivrije ontvangers — radiotoestellen die hij bewust zodanig ontwerpt dat ze niet vallen onder de patenten van Philips. Philips denkt daar anders over en beschuldigt hem van octrooi-inbreuk. Jan vecht de zaak aan. De arbitragecommissie buigt zich over de zaak en stelt Jan volledig in het gelijk. Philips verliest.


PHILIPS VERLIEST — advertentie van Ebora Radio

De arbitrage-uitspraak: Philips verliest van Ebora


Het is een opvallende overwinning voor een kleine zelfstandige handelaar tegenover een van de machtigste industrieën van Nederland. Jan laat er ook een eigen meetinstrument op na: de Ebora emissiemeter, een eigen ontwerp uit de radiotijd.

Een Ebora emissiemeter — eigen ontwerp uit de radiotijd


Zweefvliegtuigen: de Zögling en de Koekoek

Zijn hart blijft bij de luchtvaart. In 1936 ontwerpt hij twee zweefvliegtuigtypes: de Zögling en de Koekoek. Drie toestellen worden gebouwd in zijn fabriek aan de 1e Hogeweg in Zeist. De eerste Zögling vliegt eind 1936 en wordt gebruikt door de Stichtsch Gooische Vereeniging voor de Kleine Luchtvaart, die Jan mede opricht. De Koekoek — een verbeterde versie met meer gesloten cockpit — wordt gebruikt door de Haagsche Zweefvliegclub, die het toestel Windekind noemt.


Foto's tonen Jan aan de bedieningsorganen van de Zögling. Vliegen doet hij niet. Zijn belofte aan zijn moeder houdt hij.


Verzamelaar van de vroege luchtvaart

Naast ingenieur en ondernemer is Jan Schiere ook een van de eerste Nederlandse luchtvaartverzamelaars. Hij legt een archief aan dat zijn tijd ver vooruit is: bouwtekeningen van vliegtuigen en propellers, schema's van zijn Ebora buizenradio's, technische tekeningen van veiligheidsventielen en kleppenkasten, logboeken van de Graf Zeppelin, een gastenboek van de historische vlucht van de Pelikaan van Nederland naar Batavia en vluchtgegevens en instrumenten.


Een van de bijzonderste objecten in zijn verzameling is een zwaar beschadigde portemonnee. Na restauratie door het Aviodrome blijkt het de portemonnee te zijn van Heinrich van der Burg — Nederlandse pionier-vliegenier, bekend van zijn demonstratievluchten met een Bleriot. Op 1-4 augustus 1912 vloog Van der Burg in het Belgische Overslag, waarvoor hij van het organisatiecomité deze portemonnee ontving, waarschijnlijk met inhoud. In goudkleurige letters staat de datum gedrukt: 4 OOGST 1912. Hoe Jan aan dit object gekomen is, blijft een raadsel — maar het past bij een man die de vroege luchtvaart op de voet volgde en documenteerde wat anderen lieten verdwijnen.


Oorlogsjaren in Zeist

Als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt, woont Jan met zijn gezin aan de Roemer Vischerlaan in Zeist. De buren zijn de Joodse familie Unger. Wanneer de situatie voor Joodse gezinnen gevaarlijk wordt, helpen Jan en zijn vrouw Maria minstens zes mensen aan een onderduikplek. Jan gebruikt zijn kennis van radio-techniek om het verzet te ondersteunen. Tegelijkertijd worden er Duitse officieren ingekwartierd — in de voorkamer, terwijl achter in huis onderduikers zitten. Dat Maria goed Duits spreekt, helpt. Ze heeft als jonge vrouw enige tijd in Düsseldorf gewerkt, bij de fabrieken van Krupp.


Na de oorlog kan de bontjas die de familie Unger bij hen in bewaring had gegeven, worden teruggegeven. Mevrouw Unger heeft de oorlog overleefd.


Op 15 september 1943 overlijdt Jan Schiere aan een hartaanval, 54 jaar oud. Hij laat zijn vrouw en kinderen nagenoeg berooid achter.







Est. 2000 — De naam keert terug

Decennia later heeft zijn kleinzoon Frank Schiere een bedrijfsnaam nodig. Het is Franks vader — de zoon van Jan — die met de naam Ebora komt. Frank heeft er nog nooit van gehoord. Maar de naam staat vroeg in het alfabet, is op één manier te schrijven, de website is nog vrij en het logo beschikbaar. Frank kiest de naam.


Pas later, bij het leeghalen van zijn vaders huis na diens overlijden, begrijpt Frank wat hij gekozen heeft. Tussen de spullen vindt hij bouwtekeningen van vliegtuigen en propellers, schema's van Ebora buizenradio's, logboeken van de Graf Zeppelin, een gastenboek van de Pelikaan-vlucht naar Batavia en de portemonnee van Heinrich van der Burg. En tussen dat alles: tekeningen van veiligheidsventielen en kleppenkasten — precies de producten die Frank op dat moment al verkocht onder diezelfde naam.


De luchtvaartspullen doneerde Frank grotendeels aan het Aviodrome in Lelystad, waar ze deel uitmaken van het Jan Schiere-archief. De technische tekeningen bewaart hij zelf.


De kern die gebleven is

In 2000 richtte Frank Schiere in Heteren Ebora op als technische groothandel in pneumatiek, instrumentatie en appendages. Van propellerfabriek tot radiobouwer tot industriële toeleverancier — Ebora ontwierp, bouwde en verbeterde altijd vanuit technisch inzicht. De naam verbindt zo meer dan een eeuw vakmanschap, van mahonie propellers in Kingston tot veiligheidsventielen en appendages in de Nederlandse industrie.

Winkelmandje

Offertelijst

Wis filters

Filter

&nspb;

Annuleren
Bevestigen