Aandrijvingen


Foto-tabel  Lijst 



Foto-tabel  Lijst 

Aandrijving voor afsluiters

Over het algemeen zijn er drie hoofdsoorten aandrijvingen voor afsluiters:

  • Elektrisch bediend
  • Pneumatisch bediend
  • Hydraulisch bediend (heeft Ebora niet standaard in haar programma)

Elektrische aandrijving

De elektrische aandrijving is een elektro motor welke door het het draaien van de motor een afsluiter kan openen, sluiten of regelen. Dit is in de meeste gevallen een quarter-turn (kwartslag) aandrijving welke een kwartslag afsluiter (zoals kogelkraan, vlinderklep of plugkraan) bedient. Maar het kan ook een lineaire elektrische aandrijving zijn welke bijvoorbeeld de schuif van een schuifafsluiter omhoog trekt door de spindel meerdere malen rond te draaien.
Gangbare spanningen in Europa zijn 24V AC/DC, 230 VAC en 400 VAC. De looptijd van open naar dicht en vice versa is over het algemeen langzaam tov van pneumatisch bediende aandrijvingen. Tevens is het bij een elektrische aandrijving relatief moeilijk een veilige stand te bewerkstelligen bij spanningsuitval. Dit kan alleen door een interne veer (erg duur) of een power capacitor of batterij.

Pneumatische aandrijving

De pneumatische aandrijving is de meest gangbare aandrijving en opent de afsluiter met de kracht van de beschikbare perslucht. Ook hier is de quarter turn (kwartslag) aandrijving erg gangbaar, maar hier is de lineaire uitvoering ook eenvoudig en gangbaar (denk aan pneumatisch bediende membraanafsluiters). De Pneumatisch bediende aandrijvingen worden uitgelegd rekening houdend met de beschikbare persluchtdruk omdat deze de kracht bepaalt. In tegenstelling tot de elektrische aandrijving is het bij pneumatische aandrijvingen moeilijker de draaihoek aan te passen. Bijvoorbeeld voor afsluiters met 180 graden. Het is pneumatisch wel eenvoudig een veilige toestand te creeren bij perslucht uitval door middel van een veer in de aandrijving. De meerkosten voor een veer in een pneumatische aandrijving zijn nagenoeg nihil.

Waar moeten we aan denken bij het selecteren van een aandrijving voor afsluiters:

Aandrijving op kogelkraan

Onderstaande geldt zowel voor elektrische aandrijving voor kogelkranen en voor pneumatische aandrijving voor kogelkranen

Het concept van de constructie van kogelkranen is hoofdzakelijk gebaseerd op een gepolijste kogel (inclusief gat in de kogel) tussen twee zittingen (stroomopwaarts en stroomafwaarts). Het draaien van de kogel met gat maakt het mogelijk om een vloeistofstroom door te laten of te stoppen. De verschildruk over de kogelkraan duwt de (drijvende) kogel tegen de zitting. Dit veroorzaakt wijving bij het draaien van de kogel. Het benodigde draaimoment zal dan ook het hoogst zijn bij een gesloten kogelkraan welke geopend dient te worden (losbreek moment). 

Aandrijving op vlinderklep

Onderstaande geldt zowel voor elektrische aandrijving voor vlinderkleppen en voor pneumatische aandrijving voor vlinderkleppen

Een vlinderklep is in wezen gebaseerd op het concept van een schijf (vlinder) vastzit op een as welke in gesloten toestand geheel omgeven is door de dichting. In geopende toestand staan de vlinder parallel aan de doorstroming en is de as en de vlinderdikte de enige obstructie. In de gesloten toestand staat de vlinder haaks op de stroom en zit hij in de dichting gedrukt. Het benodigde draaimoment is dan ook het grootst in de gesloten toestand door de wrijving op de dichting. Ook het drukverschil over de vlinderklep is van invloed op het benodigde draaimoment voor bediening. Indien de vlinder eenmaal uit de zitting is is het draaimoment aanzienlijk minder.

Aandrijving op plugkraan

Het constructieprincipe van de plugkraan is in principe een conische plug die in een conisch gat draait. In de plug is een kanaal gemaakt waar de vloeistof in geopende toestand doorheen kan stromen. Het benodigde draaimoment is afhankelijk van de wrijving tussen de plug en de dichting en minder afhankelijk van het drukverschil. Het benodigde draaimoment is het hoogst bij het sluiten van de plugkraan en zal daarop uitgelegd dienen te worden.