Contact met Ebora
Ebora BV
Poort van Midden Gelderland Rood 8
NL-6666LT Heteren
Nederland +31(0)26 370 6830 info@ebora.nl
Openingstijden: Maandag t/m Vrijdag van 08:30 tot 17:00 uur
Bij de selectie van afsluiters, pneumatische cilinders, luchtslangen of meetinstrumenten werkt u regelmatig met verschillende meeteenheden en normen. Op deze pagina vindt u rekenhulpen gegroepeerd per vakgebied: afsluiterij (ISO 5211, Kv/Cv, flenzen), pneumatiek (cilinderkracht, luchtverbruik, draadmaten), engineering (stoomtabellen, compensatoren, IP-klassen, thermische uitzetting), instrumentatie (mediadatabase, pH, ORP, geleidbaarheid, troebelheid), materialen (bestendigheidslijst) en eenheden (druk, flow, temperatuur, gewicht).
Elke rekenhulp opent als uitklapbaar blok, gegroepeerd per vakgebied. Klik op een blok om de berekening te starten.
Bij afsluiters steekt de vierkante as (stronk) omhoog. De actuator schuift met zijn vierkante gat over de as. As-zijde s = breedte vierkante as (mm). Uitsteekhoogte L = hoeveel de as boven de flensplaat uitsteekt.
Kv ↔ Cv omrekenen
Kv berekenen: Q, ΔP, SG
Kv = Q × √(SG / ΔP) | Cv = Kv × 1,156
| PN | ANSI Class | Max. druk (bar) |
|---|---|---|
| PN 6 | Class 50 | 6 |
| PN 10 | Class 75 | 10 |
| PN 16 | Class 150 | 16 |
| PN 25 | Class 250 | 25 |
| PN 40 | Class 300 | 40 |
| PN 63 | Class 400 | 63 |
| PN 100 | Class 600 | 100 |
| PN 160 | Class 900 | 160 |
| PN 250 | Class 1500 | 250 |
| PN 420 | Class 2500 | 420 |
EN 1092-1:
PN 6PN 10PN 16PN 25PN 40PN 63PN 100PN 160PN 250ANSI/ASME B16.5:
Class 150Class 300Class 400Class 600Class 900Class 1500Class 2500F = P × A × η | Uitschuiven: A = π/4 × D² | Intrekken: A = π/4 × (D² − d²) | Efficiency standaard 90%
Luchtverbruik dubbelwerkende cilinder (per cyclus)
Maximale doorstroming luchtslang
Gebaseerd op Ebora meetdata bij 6 bar. Slangtoleranties en de invloed van het leggen zijn niet meegenomen. Bron: www.luchtslang.eu
BSPP (G) = parallel, alleen in BSPP binnendraad. BSPT (R) = conisch, in zowel rechte als conische binnendraad. De codering geeft de historische pijpmaat aan — niet de werkelijke diameter.
| Code (G/R) | Spoed (tpp) | Binnendraad ø min (mm) | Buitendraad ø max (mm) | Toepassing |
|---|
Metrisch schroefdraad (ISO 68-1). M-maat = nominale buitendiameter. Spoed in mm.
| Code | Spoed (mm) | Kerndiameter ø (mm) | Buitendiameter ø (mm) | Toepassing |
|---|---|---|---|---|
| M5 | 0,8 | 3,96 | 5,0 | Sensoren, kleine fittingen |
| M6 | 1,0 | 4,77 | 6,0 | Kleine fittingen, instrumenten |
| M8 | 1,25 | 6,47 | 8,0 | Fittingen, pneumatiek |
| M10 | 1,5 | 8,16 | 10,0 | Flensbout DN15–DN25 |
| M12 | 1,75 | 9,85 | 12,0 | Flensbout DN25–DN65 |
| M16 | 2,0 | 13,55 | 16,0 | Flensbout DN65–DN150 |
| M20 | 2,5 | 16,93 | 20,0 | Flensbout DN100–DN250 |
| M24 | 3,0 | 20,32 | 24,0 | Flensbout DN150–DN300 |
| M27 | 3,0 | 23,32 | 27,0 | Flensbout DN250–DN400 |
| M30 | 3,5 | 25,71 | 30,0 | Flensbout DN300–DN500 |
| M33 | 3,5 | 28,71 | 33,0 | Flensbout DN400+ |
| M36 | 4,0 | 31,09 | 36,0 | Flensbout grote diameters |
NPT (National Pipe Taper) = Amerikaanse conische draad. Veelgebruikt bij Amerikaanse instrumenten en fittingen. TPI = threads per inch.
| NPT code | TPI | Binnendraad ø (mm) | Buitendraad ø (mm) | Overeenkomt met |
|---|---|---|---|---|
| 1/8" NPT | 27 | 8,7 | 10,3 | G1/8" |
| 1/4" NPT | 18 | 11,4 | 13,6 | G1/4" |
| 3/8" NPT | 18 | 14,9 | 17,1 | G3/8" |
| 1/2" NPT | 14 | 18,3 | 21,3 | G1/2" |
| 3/4" NPT | 14 | 23,6 | 26,7 | G3/4" |
| 1" NPT | 11,5 | 29,7 | 33,4 | G1" |
| 1 1/4" NPT | 11,5 | 38,1 | 42,2 | G1 1/4" |
| 1 1/2" NPT | 11,5 | 44,2 | 48,3 | G1 1/2" |
| 2" NPT | 11,5 | 56,1 | 60,3 | G2" |
NPT en BSP zijn NIET uitwisselbaar: andere tophoek (60° vs 55°) en andere spoed. Gebruik altijd de juiste tegendraad.
Voer de stoomdruk in. De tabel toont de verzadigde toestand: temperatuur, soortelijk volume van vloeistof (v') en damp (v''), verdampingswarmte (r) en entalpie (h', h'').
Verzadigde stoom – referentietabel
| p (bar abs) | T (°C) | v' (m³/kg) | v'' (m³/kg) | h' (kJ/kg) | r (kJ/kg) | h'' (kJ/kg) |
|---|
Voer druk en temperatuur in (temperatuur moet hoger zijn dan de verzadigingstemperatuur bij die druk). De tabel toont specifieke entalpie h, entropie s en soortelijk volume v van oververhitte stoom.
Oververhitte stoom bij geselecteerde druk – overzicht per temperatuur
| T (°C) | h (kJ/kg) | s (kJ/kg·K) | v (m³/kg) |
|---|
Stoomkwaliteit x (ook wel stoomdrogegraad) geeft aan welk deel van natte stoom uit damp bestaat (x=0 = volledig vloeistof, x=1 = droge verzadigde damp). Voer druk en één van de andere grootheden in.
Nat stoom is een mengsel van vloeistof en damp bij de verzadigingstemperatuur. x = (h − h') / r | x = (v − v') / (v'' − v')
Een axiale compensator vangt lengtewijzigingen op langs de as van de leiding. De benodigde slag is gelijk aan de thermische uitzetting van het leidingdeel tussen de vaste punten.
Slag compensator = ΔL + veiligheidsmarge (10–20%). Kies een compensator met een nominale slag ≥ berekende slag.
Een laterale compensator vangt zijdelingse verschuivingen op (haaks op de leidingrichting). De laterale slag is afhankelijk van de installatielengte en de toegestane hoekafwijking per golf.
Hoekafwijking per golf = δ / (L/n) in rad. Richtwaarde: max. 15° per golf voor metalen balg, max. 10° voor PTFE/kunststof.
| Medium | Materiaal balg | Max. temp. | Max. druk | Vuistregel slag |
|---|---|---|---|---|
| Stoom, heet water | RVS 316L | 400°C | 16 bar | ΔL + 20% marge |
| Kouwater, HVAC | RVS 304 | 120°C | 10 bar | ΔL + 15% marge |
| Zuren, logen | PTFE-bekleed | 180°C | 6 bar | ΔL + 25% marge |
| Vacuüm | RVS 316L | 200°C | −1 bar | 2× ΔL |
| Chloor, oxidanten | PTFE | 150°C | 6 bar | ΔL + 30% marge |
| Kunststof leidingen | EPDM/rubber | 80°C | 6 bar | Hoge slag door grote α |
Vaste punten: plaats ankerpunten aan beide zijden van de compensator. Glijpunten: plaats om de 2–3 m bij kunststof, om de 6–10 m bij staal. Raadpleeg altijd de fabrikant voor definitieve dimensionering.
Een rubber compensator (slangelement, manchet) absorbeert thermische uitzetting in de leidingrichting. De axiale slag is de maximale compressie + extensie.
Standaard slag rubber compensatoren (DN25–DN600)
| DN | Axiale compressie (mm) | Axiale extensie (mm) | Max. druk (bar) | Aanbevolen temp. (°C) |
|---|---|---|---|---|
| DN25–DN50 | 6–10 | 6–10 | 10–16 | –20 tot +100 |
| DN65–DN100 | 10–15 | 10–15 | 10–16 | –20 tot +100 |
| DN125–DN200 | 15–20 | 15–20 | 6–10 | –20 tot +100 |
| DN250–DN400 | 20–25 | 20–25 | 6–10 | –20 tot +100 |
| DN500–DN600 | 20–30 | 20–30 | 4–6 | –20 tot +80 |
Laterale slag = zijdelingse verschuiving haaks op de leidingrichting. Angulaire slag = hoekafwijking (graden). Rubber compensatoren combineren doorgaans alle drie bewegingen.
Rubber compensatoren kunnen simultaan axiale, laterale en angulaire verplaatsingen opvangen. Bij gecombineerde belasting de afzonderlijke slagen proportioneel reduceren (som van fracties = 1).
| Eigenschap | Waarde |
|---|---|
| Max. temperatuur | EPDM: 130°C | NBR: 90°C | Silicone: 180°C |
| Max. druk | 6–16 bar (DN-afhankelijk) |
| Axiale slag | ±6–30 mm |
| Laterale slag | ±5–20 mm |
| Angulaire slag | ±5–15° |
| Geluidsdemping | Uitstekend (trillingsisolatie) |
| Chemische best. | Afhankelijk van rubber type |
| Prijs | Laag tot middel |
| Levensduur | 5–15 jaar (UV-gevoelig) |
| Toepassing | HVAC, water, pompen, riolering |
| Eigenschap | Waarde |
|---|---|
| Max. temperatuur | Tot 800°C (materiaalafhankelijk) |
| Max. druk | Tot 40 bar (DN-afhankelijk) |
| Axiale slag | ±5–200 mm (meer golven = meer slag) |
| Laterale slag | Beperkt zonder trekstangen |
| Angulaire slag | Beperkt zonder scharnier |
| Geluidsdemping | Matig |
| Chemische best. | Uitstekend (RVS 316L/Hastelloy) |
| Prijs | Middel tot hoog |
| Levensduur | 15–30 jaar |
| Toepassing | Stoom, chemisch, hoge temp./druk |
Uitzetting berekenen
ΔL = α × L × ΔT | α = lineaire uitzettingscoëfficiënt (mm/m°C)
Uitzettingscoëfficiënten
| Materiaal | α (mm/m·°C) | Max. temp. (°C) | Toepassing |
|---|---|---|---|
| Koolstofstaal (S235/St37) | 0,012 | 400 | Stalen leidingen, flenzen |
| Roestvaststaal (316/316L) | 0,016 | 800 | Procesinstallaties, hygiënisch |
| PVC-U | 0,080 | 60 | Koud water, chemisch |
| PVC-C | 0,070 | 90 | Warm water, chloor |
| PP / PP-H | 0,150 | 100 | Chemisch, logen, zuren |
| PVDF | 0,130 | 140 | Agressief chemisch |
| PE (HDPE) | 0,200 | 80 | Water, gas |
| Koper | 0,017 | 250 | Koelwater, gas |
IP staat voor Ingress Protection (IEC 60529). Het eerste cijfer = beveiliging tegen vaste deeltjes (0–6). Het tweede cijfer = beveiliging tegen vloeistoffen (0–9K).
Selecteer uw industrie of de omgevingscondities voor de aanbevolen minimale IP-klasse.
Of stel handmatig in:
| IP-klasse (IEC 60529) | NEMA equivalent | Beschrijving |
|---|---|---|
| IP20 | NEMA 1 | Indoorse apparaten, geen vloeistofbescherming |
| IP22 | NEMA 2 | Druppelwaterbescherming indoor |
| IP44 | NEMA 3R | Spatwaterbestendig, buiten eenvoudig |
| IP54 | NEMA 3S | Stofbeschermd + spatwater |
| IP55 | NEMA 3 | Stofbeschermd + waterstralen |
| IP65 | NEMA 4 | Volledig stofvrij + directe waterstralen alle richtingen |
| IP66 | NEMA 4X | Volledig stofvrij + krachtige waterstralen (hogedruk) + corrosiebestendig |
| IP67 | NEMA 6 | Volledig stofvrij + tijdelijk onderwater tot 1 m diepte (30 min) |
| IP68 | NEMA 6P | Volledig stofvrij + continu onderwater (fabrikant specificeert diepte/duur) |
| IP69K | NEMA 4X (hoge druk) | Hogedrukreiniging met stoom (voedselverwerkende industrie) |
Stofvrij (IP6X) = geen stofinsluiping mogelijk, ook bij langdurig contact met fijn poeder. Dit is een hogere eis dan stofbeschermd (IP5X), waarbij beperkte insluiping is toegestaan zolang dit geen storing veroorzaakt. Alle IP65 t/m IP69K-klassen zijn stofvrij (eerste cijfer 6).
NEMA-normen (VS) omvatten ook bescherming tegen corrosie, ijs en explosiegevaar en zijn niet directe equivalenten van IP-klassen.
Zoek op medium. Waarden zijn richtwaarden bij 20°C tenzij anders aangegeven. EC = elektrische geleidbaarheid.
| Medium | pH (bij 20°C) | EC (µS/cm) | Viscositeit (mPa·s) | Dichtheid (kg/m³) | Opmerking |
|---|
Waarden zijn richtwaarden. Exacte waarden zijn afhankelijk van temperatuur, concentratie en samenstelling. Raadpleeg de leverancier voor exacte proceswaarden.
pH ↔ H¹+ concentratie
pH schaal
| Medium | pH | Afsluitermateriaal |
|---|---|---|
| Geconc. zuur (HCl, H²SO&sup4;) | 0–2 | PTFE, PVDF, PVC |
| Zwak zuur (azijnzuur) | 2–4 | EPDM, PTFE, PVC, RVS 316 |
| Drinkwater, neutraal | 6–8 | Alle gangbare materialen |
| Basisch (ammoniak) | 10–12 | EPDM, PP, PTFE |
| NaOH geconcentreerd | 12–14 | EPDM, PP, PTFE (niet FKM) |
ORP waarde interpreteren
| Toepassing | ORP (mV) | Karakter |
|---|---|---|
| Zwembad desinfectie | +650–+750 | Sterk oxiderend |
| Drinkwaterbehandeling | +400–+600 | Oxiderend |
| Proceswater | +200–+400 | Licht oxiderend |
| Grondwater | -100–+200 | Neutraal |
| Afvalwater (anaëroob) | -100–-300 | Reducerend |
| Zwaar gereduceerd milieu | <-500 | Corrosierisico staal |
Eenheden omrekenen
TDS berekenen (µS/cm → ppm)
Factor 0,5 = NaCl | 0,67 = drinkwater | 0,7 = gemengde ionen
Typische waarden
| Medium | Geleidbaarheid | TDS (ppm) |
|---|---|---|
| Ultra puur water | <0,1 µS/cm | <0,05 |
| Demiwater | 0,1–10 µS/cm | <5 |
| Drinkwater (NL) | 200–800 µS/cm | 100–500 |
| Zwembadwater | 800–3.000 µS/cm | 500–2.000 |
| Zeewater | 45.000–55.000 µS/cm | 30.000–40.000 |
Eenheden omrekenen
NTU (Nephelometric Turbidity Units) en FNU (Formazin Nephelometric Units) zijn nagenoeg equivalent bij lage troebelheid. FTU en NTU zijn voor praktische doeleinden gelijkwaardig. EBC wordt gebruikt in de brouwerij-industrie (1 EBC ˜ 0,25 NTU).
Typische troebelheidswaarden per toepassing
| Medium / toepassing | Troebelheid (NTU) | Klasse |
|---|---|---|
| Ultra puur water (UPW/WFI) | < 0,1 NTU | Uitzonderlijk helder |
| Drinkwater (WHO norm) | < 1 NTU | Drinkwaterkwaliteit |
| Drinkwater (EU norm) | < 4 NTU | Acceptabel |
| Zwembadwater | < 0,5 NTU | Zwembadnorm |
| Proceswater industrieel | 1–50 NTU | Matig helder |
| Regenwater / oppervlaktewater | 10–500 NTU | Troebel |
| Rioolwater (onbehandeld) | 100–1000 NTU | Sterk troebel |
| Pils/bier (gefiltreerd) | 0,3–1,5 EBC | Helder |
| Witbier (ongefilterd) | 30–150 EBC | Troebel |
| Medium | Temp. | Conc. | Elastomeren | Kunststoffen | Metalen | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| EPDM | NBR | FKM | PTFE | PVC-U | PVC-C | PP/PP-H | PVDF | RVS 304 | RVS 316 | 316L | |||
Bestendigheidsoordelen zijn indicatief en kunnen afwijken door concentratie, temperatuur, druk of mediumsamenstelling. Ebora aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade voortvloeiend uit het gebruik van deze gegevens. Raadpleeg altijd de fabrikant van het product en/of afdichtingsmateriaal voor een definitief advies.
1 bar = 14,504 psi = 100 kPa = 1000 mbar = 0,1 MPa = 0,987 atm
| DN | d-maat | Inch | NPS | OD staal (mm) | OD PVC/PP (mm) |
|---|
Specifiek volume = 1 / dichtheid. Water bij 4°C: 0,001 m³/kg. Stoom bij 100°C, 1 bar: ca. 1,672 m³/kg.
| Medium | Capaciteit (indicatief) |
|---|---|
| Floppy disk 3,5" HD | 1,44 MB |
| CD (74 min) | 650 MB |
| DVD (1-zijdig, 1 laag) | 4,7 GB |
| DVD (2-laags, 1-zijdig) | 8,5 GB |
| Blu-ray (single layer) | 25 GB |
| Blu-ray (dual layer) | 50 GB |
De kracht van een pneumatische cilinder wordt bepaald door de druk, de zuigerdiameter en de efficiency (typisch 85–95%). Bij het uitschuiven werkt de volledige zuigeroppervlakte; bij het intrekken is de stangdiameter aftrekbaar van het oppervlak, waardoor de trekkracht lager ligt. Het luchtverbruik per cyclus hangt af van het slagvolume, de systeemdruk en het aantal cycli per minuut. De luchtdoorlaat van luchtslangen is gebaseerd op Ebora-meetdata bij 6 bar voor slangmaten 6/4, 8/6, 10/8 en 12/10 mm. Slangtoleranties en de invloed van het leggen zijn niet meegenomen.
Bij pneumatische fittingen en afsluiters worden drie draadsystemen gebruikt. BSP (British Standard Pipe) is de Europese standaard voor leidingaansluitingen — de code geeft de historische pijpmaat aan, niet de werkelijke diameter. BSPP (G) is parallel en wordt alleen in BSPP binnendraad gemonteerd; BSPT (R) is conisch en past in zowel rechte als conische binnendraad. NPT is de Amerikaanse equivalent — niet uitwisselbaar met BSP vanwege een andere tophoek (60° vs 55°). Metrische draad wordt gebruikt voor flensbouten en sensoren.
Kunststof leidingen zetten aanzienlijk meer uit dan stalen leidingen. PP heeft een uitzettingscoëfficiënt van 0,15 mm/m·°C — tien keer zo hoog als koolstofstaal (0,012 mm/m·°C). Bij een PP-leiding van 20 m met een temperatuurverschil van 40 °C treedt al 120 mm uitzetting op, waarvoor een compensator vereist is. Axiale compensatoren vangen lengtewijzigingen op langs de leidingrichting; laterale compensatoren vangen zijdelingse verschuivingen op. Kies altijd een compensator met een slag die de berekende uitzetting met minimaal 15–20% overtreft.
De Europese norm EN 1092-1 hanteert PN-klassen; de Amerikaanse norm ANSI/ASME B16.5 gebruikt Class-aanduidingen. De flenstekening toont de buitendiameter (D), de boutcirkeldiameter (PCD), de boutboringen en de flensdikte (t). De flenstool geeft alle afmetingen per DN/NPS en drukklasse.
Stoom wordt in industrie breed ingezet als verwarmingsmedium, energiedrager en reinigingsmiddel. De stoomtabellen op deze pagina zijn gebaseerd op de IAPWS-IF97 standaard en geven per druk de verzadigingstemperatuur, soortelijk volume van vloeistof en damp, verdampingswarmte en entalpie. Bij oververhitte stoom (temperatuur hoger dan de verzadigingstemperatuur bij de gegeven druk) zijn ook entropie en soortelijk volume beschikbaar. De stoomkwaliteit x geeft aan welk deel van nat stoom damp is: x=0 is volledig vloeistof, x=1 is droge damp.
Bij de selectie van druksensoren, flowmeters en afsluiters zijn de eigenschappen van het medium bepalend. De mediadatabase toont richtwaarden voor pH, elektrische geleidbaarheid (EC in µS/cm), dynamische viscositeit (in mPa·s) en dichtheid voor meer dan 30 gangbare media — van drinkwater en zeewater tot zuren, logen, oliën en voedingsmiddelen. Zoek direct op mediumnaam.
De IP-klasse (Ingress Protection, IEC 60529) geeft aan hoe goed een behuizing beschermd is tegen stof en vocht. In de zuivel- en voedingsmiddelenindustrie is IP69K de standaard: apparatuur wordt dagelijks gereinigd met hogedrukreinigers (CIP/SIP) bij hoge temperatuur. Waterschappen en drinkwaterbedrijven hanteren IP67 voor pompenkelders en buitenopstellingen. In de algemene industrie volstaat IP65 voor de meeste toepassingen met sproeiwater of koelvloeistof. Druksensoren en flowmeters voor outdoor of procesomgevingen zijn minimaal IP65. De IP-tool op deze pagina geeft per geselecteerde industrie direct de aanbevolen klasse met toelichting, plus de omrekening naar NEMA-klassen.
Troebelheid is een maat voor de mate waarin een vloeistof licht verstrooit door zwevende deeltjes. NTU (Nephelometric Turbidity Units) en FNU (Formazin Nephelometric Units) zijn de meest gebruikte eenheden in de waterzuivering en procesindustrie. Drinkwater moet voldoen aan een troebelheid van minder dan 1 NTU (WHO) of 4 NTU (EU). EBC wordt gebruikt in de brouwerij-industrie. De troebelheidsconverter op deze pagina rekent direct om tussen alle gangbare eenheden.
Hoeveel bar is 1 psi?
1 psi (pound per square inch) is gelijk aan 0,06895 bar. Omgekeerd is 1 bar gelijk aan 14,504 psi. Dit is een veelgebruikte omrekening bij Amerikaanse en Britse apparatuur. In de Europese industrie is bar de standaard; bij ANSI/ASME-normen wordt psi gebruikt. De drukconverter op deze pagina rekent ook om naar kPa, MPa, atm en kgf/cm².
Wat is de Kv-waarde en hoe bereken ik die?
De Kv-waarde (doorstroomcoëfficiënt) geeft aan hoeveel m³/h water bij 1 bar drukverschil en 20 °C door een afsluiter stroomt. De formule voor vloeistoffen is: Kv = Q × v(SG / ?P), waarbij Q de volumestroom is in m³/h, SG het soortelijk gewicht ten opzichte van water, en ?P het drukverschil over de afsluiter in bar. De Amerikaanse equivalent is Cv (in GPM): Cv = Kv × 1,156. Een te kleine Kv geeft te hoog drukverlies; een te grote Kv leidt tot slecht regelgedrag.
Wat zijn de ISO 5211 flensafmetingen voor F07?
ISO 5211:2001 flens F07 heeft een buitendiameter d1 van 90 mm, een centreerboring d2 van 55 mm, een boutcirkeldiameter PCD (d3) van 70 mm, 4 bouten M8, een as-zijde s van 17 mm (voorkeur) en een minimale insteeklengte l5 van 19 mm. Het maximale koppel is 250 Nm. F07 wordt gebruikt voor kogelkranen DN40–DN100 en vlinderkleppen DN50–DN150.
Hoe verschilt DN van de werkelijke buitendiameter?
DN (Diamètre Nominal) is een nominale aanduiding zonder directe koppeling aan de werkelijke diameter. DN15 heeft bij stalen buizen een buitendiameter van 21,3 mm; een PVC-U d20-buis heeft een buitendiameter van 20 mm. Bij de selectie van afsluiters is DN de leidende aanduiding. Controleer altijd de werkelijke buitendiameter bij koppeling van stalen aan kunststof leidingen.
Welke IP-klasse is vereist in de voedingsmiddelenindustrie?
In de voedingsmiddelenindustrie en zuivelindustrie is IP69K de standaard. Apparatuur wordt dagelijks gereinigd met hogedrukreinigers (CIP/SIP) bij temperaturen tot 80 °C en drukken tot 80 bar. IP69K garandeert bescherming tegen dit type reiniging. Minimaal IP65 is vereist voor alle apparatuur in productieruimten; IP67 voor locaties met kans op tijdelijke onderdompeling.
Wat is het verschil tussen PN 16 en ANSI Class 150?
PN 16 (DIN 2501/EN 1092-1) en ANSI Class 150 (ASME B16.5) zijn beide drukklassen die bij kamertemperatuur een vergelijkbare maximumdruk toelaten (ca. 16 bar resp. 19,6 bar bij 20 °C). De boutpatronen en buitendiameters zijn echter NIET uitwisselbaar. Een PN 16-flens DN100 heeft een PCD van 180 mm met 8 boringen M16; een ANSI Class 150 4"-flens heeft een PCD van 190,5 mm met 8 boringen 5/8" UNC. Nooit mengen zonder adapter.
Wat zegt de bestendigheidslijst voor EPDM bij NaOH?
EPDM is bestendig (A) bij natronloog (NaOH) tot 10% bij 20 °C en bij 50% tot 40 °C. FKM/Viton is juist ongeschikt (C) voor alle concentraties NaOH. NBR is beperkt bestendig (B) bij 50% NaOH. Voor sterk basische media zoals geconcentreerde logen verdient EPDM of PTFE de voorkeur. Controleer altijd de specifieke bedrijfstemperatuur en concentratie in de tabel.
Met de rekenhulpen op deze pagina bepaalt u snel cilinderkracht, Kv-waarde, ISO 5211 flensklasse, draadmaat, materiaalbestendigheid, thermische uitzetting en luchtslangdoorlaat. De gegevens zijn gebaseerd op meetdata en normen. Voor de definitieve selectie van afsluiters, cilinders, luchtslangen of instrumentatie kunt u contact opnemen via het contactformulier of bellen met +31 (0)26 370 6830.