Hoe werkt een manometer?
Bij analoge manometers (conform EN 837-1) drukt de procesdruk tegen een Bourdon-buis. Naarmate de druk stijgt, buigt deze buis verder open. Via een tandheugel en sector wordt die beweging omgezet naar de wijzerstand op de wijzerplaat. Dit principe is bewezen, onderhoudsarm en werkt zonder externe voeding.
Een digitale manometer werkt anders: een ingebouwde druktransducer – piezoresistief of capacitief – meet de drukbelasting op een membraan en zet die om in een elektrisch signaal. Een microprocessor verwerkt dat signaal en toont de waarde op een digitaal display. Sommige modellen beschikken over een 4–20 mA of IO-Link uitgang voor integratie in uw PLC of SCADA-systeem. Wilt u ook continue drukmeting zonder lokale aflezing, dan kijkt u naar onze druktransmitters en druksensoren.
Wat meet een manometer?
Afhankelijk van het type meet een manometer:
- Relatieve druk – druk ten opzichte van de atmosfeer (meest toegepast)
- Absolute druk – druk ten opzichte van vacuüm (bij vacuümpompen, dampdrukmetingen)
- Verschildruk – het drukverschil tussen twee punten, bijvoorbeeld voor en na een filter of warmtewisselaar
Verschildrukmanometers worden ook toegepast bij debietmeting in combinatie met een meetblende of pitot-buis. Meer hierover leest u op de pagina flowmeters. Voor verschildrukmanometers levert Ebora uitvoeringen van Mid-west Instruments en Wika.
Analoge of digitale manometer – wanneer kiest u welk type?
De keuze hangt af van uw toepassing, omgeving en of u data wilt registreren.
| Situatie |
Aanbevolen type |
| Eenvoudige lokale aflezing, geen stroom beschikbaar |
Analoge manometer (Bourdon) |
| Hoge nauwkeurigheid vereist (±0,1% of beter) |
Digitale manometer |
| Data-logging of remote monitoring gewenst |
Digitale manometer met uitgang |
| Schok- en trillingsgevoelige omgeving |
Gevulde manometer (glycerine of siliconenolie) |
| Explosiegevaarlijke zone (ATEX) |
ATEX-gecertificeerde manometer |
| Agressieve media (zuren, logen) |
Chemisch bestendige uitvoering (RVS, PTFE-membraan) |
Manometer voor luchtdruk
Een luchtdrukmanometer gebruikt u in persluchtsystemen, compressorinstallaties en pneumatische aandrijvingen. Veelgebruikte drukbereiken liggen tussen 0–10 bar en 0–16 bar. Kiest u voor een gevulde uitvoering, dan dempt de vloeistof de drukschommelingen die compressoren veroorzaken – dat verlengt de levensduur aanzienlijk. Standaard aansluitmaten zijn G1/4" en G1/2" buitendraad.
Let op bij selectie: kies een manometer met een meetbereik dat minstens 25% hoger ligt dan uw maximale werkdruk. Zo voorkomt u dat de wijzer structureel in het bovenste kwart van de schaal staat, wat het instrument versneld slijt.
Manometer voor waterdruk
Voor waterdruk, verwarmingsinstallaties en koelwatersystemen gelden andere eisen dan bij perslucht. Het medium kan kalk, corrosieve stoffen of kleine deeltjes bevatten. Kies in dat geval voor een manometer met een roestvast stalen meetcel of een membraanscheider die het meetinstrument beschermt tegen het procesmedium. Voor drinkwaterinstallaties zijn modellen beschikbaar die voldoen aan de eisen voor drinkwatercontact (KTW/W270). Een glycerine-gevulde uitvoering is voor watertoepassingen goed geschikt. Ebora levert hygiënische manometers voor waterdruk van Hengesbach, Wika en IFM.
Manometer voor stoom
Voor stoomtoepassingen gelden specifieke materiaaleisen. Gebruik uitsluitend een manometer gevuld met siliconenolie — glycerine is bij stoom niet geschikt omdat de vulling bij hoge temperaturen kan gaan koken, wat het meetinstrument beschadigt. Siliconenolie is bestand tegen temperaturen van -40°C tot +150°C en blijft stabiel onder de druk- en temperatuurwisselingen die stoominstallaties kenmerken. Ebora levert hygiënische manometers voor stoomtoepassingen van Hengesbach, Wika en IFM.
Gevulde manometers voor trillings- en schokgevoelige omgevingen
In omgevingen met constante trillingen of drukpieken – compressorafblaasleidingen, pompen, hydraulische persen – raden we gevulde manometers aan. De inwendige vloeistof dempt de bewegingen van het meetmechanisme. Dit vermindert slijtage aan tandheugel en wijzeras, stabiliseert de aflezing en verlengt de levensduur.
Siliconenolie is geschikt voor temperaturen van -40°C tot +150°C en is te gebruiken bij contact met zuurstof. Glycerine is goedkoper, maar niet geschikt bij temperaturen onder 0°C en evenmin bij stoomtoepassingen — bij hoge stoomtemperaturen kan glycerine gaan koken, wat het meetinstrument beschadigt.
ATEX-manometers voor explosiegevaarlijke zones
In omgevingen met explosief gas of stof – chemische industrie, offshore, voedselverwerking met alcoholdampen – moet meetapparatuur voldoen aan de ATEX-richtlijn (2014/34/EU). ATEX-gecertificeerde manometers zijn uitgevoerd met vonkvrije materialen en voldoen aan de juiste categorie-indeling voor zone 1, 2, 21 of 22. Meer informatie over ATEX-toepassingen vindt u op onze ATEX-pagina.
Keuzehulp manometer
Gebruik onderstaande punten om snel te bepalen welk type bij uw situatie past:
- Perslucht, compressor, pneumatiek – analoge Bourdon-manometer, eventueel gevuld
- Water, verwarmingsinstallaties, koelwater – vloeistofdichte uitvoering, RVS meetcel, glycerine vulling mogelijk
- Stoom – siliconenolie-gevulde uitvoering, geen glycerine
- Agressieve of corrosieve media – chemisch bestendige uitvoering met membraanscheider
- Data-logging of PLC-koppeling – digitale manometer met 4–20 mA of IO-Link uitgang
- Explosiegevaarlijke zone – ATEX-gecertificeerde manometer
- Drukverschil over filter of warmtewisselaar – verschildrukmanometer van Mid-west Instruments of Wika
Heeft u twijfel over het juiste drukbereik, de aansluitmaat of de materiaalkeuze? Stel uw vraag via ons contactformulier of bel met onze technische afdeling.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen een relatieve en een absolute manometer?
Een relatieve manometer meet de druk ten opzichte van de atmosferische druk. Een absolute manometer meet ten opzichte van absoluut vacuüm. Voor de meeste industriële toepassingen volstaat een relatieve manometer. Absolute manometers worden toegepast bij vacuümpompen en dampdrukmetingen.
Hoe kies ik het juiste drukbereik?
Kies een meetbereik waarbij uw werkdruk in het middelste derde deel van de schaal valt. Een compressor van 10 bar vraagt om een manometer van 0–16 bar. Structureel meten in het bovenste kwart vergroot de kans op schade aan het meetmechanisme.
Wanneer is een membraanscheider nodig?
Een membraanscheider plaatst u tussen het procesmedium en de manometer wanneer het medium agressief, viskeus, kristalliserend of verontreinigd is. De scheider beschermt het meetinstrument en verlengt de levensduur.
Hoe vaak moet een manometer gekalibreerd worden?
Voor de meeste industriële toepassingen geldt een kalibratie-interval van 12 maanden. Kritische processen – zoals medische toepassingen of processen met veiligheidsrelevantie – vragen om een kortere cyclus van 3 tot 6 maanden.
Kan ik een digitale manometer ook als schakelaar gebruiken?
Ja, diverse digitale manometers zijn leverbaar met geïntegreerde schakeluitgangen (één of twee setpoints). Hiermee kunt u direct schakelaars, alarmrelais of kleppen aansturen bij over- of onderdruk.
Selecteer de juiste manometer op basis van medium, drukbereik, aansluitdraad en omgevingsklasse, of vraag direct een technisch advies aan via ons contactformulier.