Wat is een Veiligheidsventiel?

Definitie van een veiligheidsklep volgens DIN EN ISO 4126-1

Een veiligheidsklep is een klep die automatisch, zonder de hulp van een andere dan die van de betrokken vloeistof, een hoeveelheid van de vloeistof kan lozen om zo te voorkomen dat een vooraf bepaalde veilige druk wordt overschreden, en die is ontworpen om weer te sluiten en verdere doorstroming van vloeistof na herstel van de normale druk te voorkomen.

De openingskarakteristiek van een veiligheidsventiel (laatste redmiddel om een explosie door overdruk te voorkomen) ziet uit als onderstaand. Een veiligheidsventiel dient eigenlijk nooit aan te spreken, alleen in geval van nood. Ons advies is ook het ventiel te vervangen nadat het is aangesproken om de veiligheid te kunnen blijven garanderen.

Openingskarakteristiek veiligheidsventiel

  1. Aanspreekdruk wordt bereikt; ventiel is nog gesloten
  2. Aanspreekdruk wordt overschreden; kegel te lichten.
  3. Bij 10% overschrijding van de aanspreekdruk opent het ventiel snel en geheel.
  4. Maximale opening is bereikt – het ventiel voert de totale overdruk af.
  5. De druk is weer lager dan de aanspreekdruk – het ventiel begint langzaam weer te sluiten.
  6. Bij een druk van 10% (gassen) (20% bij vloeistoffen) onder de aanspreekdruk is het ventiel weer gesloten.

Vaste punten zijn: 1, 3, 4 en 6, over de andere zijn geen normen.

Waarbij punt 1 de opgegeven insteldruk is.

 

De openingskarakteristiek van een overdrukventiel, overstroomventiel, drukhoudventiel, drukontlasting ziet uit als onderstaand. Een overdrukventiel mag in principe continue afblazen en wordt dan ook veel toegepast als overloop op pompen om te voorkomen dat de pomp tegen een dicht afsluiter blijft pompen.

Openingskarakteristiek overstroomventiel

  1. Aanspreekdruk wordt bereikt; overdrukventiel is nog gesloten.
  2. Aanspreekdruk wordt overschreden; proportioneel met de overdruk wordt het overdrukventiel geopend.
  3. Bij de benodigde overstroom- hoeveelheid stelt het overdrukventiel zichzelf in.
  4. Als de systeemdruk afneemt begint het overdrukventiel weer te sluiten.
  5. De systeemdruk wordt lager en het overdrukventiel sluit verder.
  6. Bij een druk net iets lager dan de aanspreekdruk is het overdrukventiel weer gesloten.

Vaste punten zijn: 1 en ongeveer 6

© 2012-2019 Ebora Process Automation is een handelsmerk van Ebora BV - 't Veld 3 - S, Heteren, Nederland - info@ebora.nl